Op 25 maart 2026 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in een langlopende procedure tussen 222 schoolbesturen in het primair en speciaal onderwijs en de staatssecretaris van OCW over de bekostiging in 2022. De kern van de zaak was een verschil in inzicht over de financiering tijdens de overgang naar een nieuw bekostigingsstelsel in 2022.
Tot 1 januari 2023 werden de personeelskosten van basisscholen per schooljaar betaald. In dit oude systeem ontvingen scholen in de eerste vijf maanden (augustus t/m december) naar verhouding minder geld dan de kosten die zij maakten, wat later in het schooljaar (januari t/m juli) werd gecompenseerd.
Per 1 januari 2023 is het bekostigingssysteem gewijzigd van schooljaar- naar kalenderjaarbekostiging, waarbij scholen elke maand een evenredig bedrag ontvangen. Hierdoor ontstond een conflict over de ’tussenperiode’ van augustus tot en met december 2022.
Binnen het oude systeem kregen scholen:
Dit leidde structureel tot een tijdelijk “tekort” van 7,12% in de eerste maanden van het schooljaar, dat later werd gecompenseerd.
De schoolbesturen stelden dat zij in deze vijf maanden recht hadden op een evenredig deel van de jaarbekostiging (41,67%). Zij vonden dat ze tekort kwamen omdat de compensatie die normaal in de tweede helft van het schooljaar zou vallen, door de stelselwijziging dreigde te vervallen.
De staatssecretaris hanteerde een lager percentage (34,55%). Zijn argument was dat de scholen over het volledige kalenderjaar 2022 al 100% van de benodigde middelen hadden ontvangen, als de eerdere betalingen van begin 2022 werden meegeteld.
Eerder stelde de rechtbank Midden-Nederland de schoolbesturen in het gelijk. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat deze systematiek bij de overgang niet correct is toegepast. De overgangsperiode had als zelfstandige periode moeten worden bekostigd.
Daarom moeten de schoolbesturen alsnog het ontbrekende deel van circa 7% ontvangen.
Indien uw schoolbestuur heeft deelgenomen aan de procedure, gaan wij graag met u in overleg over de verwerking van de vordering in de jaarrekening 2025.
Voor de volledige details en de juridische onderbouwing kunt u de uitspraak nalezen op de website van de Raad van State onder zaaknummer 202404797/1/A2.
Zie https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@157237/202404797-1-a2/
Eric van Overdijk
06-45899589
Michel Lamers
06-13891388